Een grasmaaier is een van de meest gebruikte tuinmachines in de landschapsarchitectuur en is ook de meest gebruikte uitrusting bij gazonbeheer. Daarom is het correct gebruiken van grastrimmers erg belangrijk.
1. Voorbereidingen vóór het starten 1. Controleer de motorolie. Wanneer u de motorolie controleert, dient u de grastrimmer horizontaal te plaatsen en de motor uit te zetten. Wacht tot het oliepeil stationair is voordat u de oliepeilstok eruit trekt. Veeg eerst de olie af met een schoonmaakdoekje en plaats vervolgens het oliecarter om de positie van de oliepeilstok te controleren. Over het algemeen zijn er twee schaallijnen op de oliepeilstok gegraveerd. Als het oliepeil onder de onderste markering ligt, voeg deze dan toe tot de bovenste markering. Als het motoroliepeil te laag is, kan de grastrimmer niet worden gebruikt, omdat dit anders motorstoringen veroorzaakt. Maar overschrijd de bovenste schaal niet, te veel olie zal vermogensverlies en rook veroorzaken. Het is vermeldenswaard dat als er schroefdraad op de oliepeilstok zit, u deze er gewoon in kunt steken in plaats van de oliepeilstok in te draaien wanneer u de oliepeil controleert. De oliekwaliteit is SE of SF20W/40 of hoger, viertaktbenzinemotorolie.
2. Controleer het brandstofniveau in de brandstoftank. Grastrimmers maken over het algemeen gebruik van viertaktmotoren. Er moet dus pure benzine worden gebruikt en gemengde oliën van motorolie en benzine kunnen niet worden gebruikt. Zorg er tijdens het tanken voor dat er geen vuil, stof en water in de brandstoftank terechtkomen.
① Benzine is brandbaar en explosief. Zorg er bij het tanken voor dat u de motor op een goed geventileerde plaats uitzet.
②Rook niet in de tankplaats van de grastrimmer of in de brandstofopslagplaats, en werk niet in de ruimte waar gemakkelijk vonken kunnen ontstaan.
③Zorg ervoor dat u tijdens het tanken geen benzine naar buiten morst. Vervluchtigd benzinegas of gemorste benzine kan gemakkelijk vlam vatten. Zorg ervoor dat u de gemorste benzine vervluchtigt voordat u de motor start.
④Laat de benzine niet in de brandstoftank overlopen. Zorg ervoor dat u na het tanken de brandstofvuldop goed vastdraait.
⑤ Vul brandstof bij als de motor koud is.
⑥ Tank bij tot aan de onderkant van de brandstofpositie-indicator in de hals van de brandstoftank.
⑦Gebruik uitsluitend loodvrije benzine. Als de compressieverhouding van de grasmaaier 7 op 8 is, wordt aanbevolen om loodvrije benzine van klasse 90 te gebruiken; als de compressieverhouding 8 tot 8,5 is; adviseer 93 loodvrije benzine; als de compressieverhouding hoger is dan 8,5, adviseren wij loodvrije benzine 97.
3. Controleer het luchtfilter. Open het luchtfilterdeksel en de luchtfilteronderdelen. Controleer de vervuiling van het buitenste schuimplastic filterelement en het binnenste papieren filterelement. Indien nodig moet het worden schoongemaakt.